“De city van Helmond is ontmoetingscentrum als ze complex genoeg is en er altijd wat te beleven is. De uitbouw van de bestaande , in hoofdzaak winkelcity, met de vele trefwoorden uit het programma en de daarbij horende binnenstadswoningen, steegjes, straatjes, pleintjes, werkplaatsjes en ateliertjes moeten de programmatische conditie kunnen zijn tot meest intense en geliefde plek in Helmond.
“Wanneer we die ontmoeting ‘open’ willen laten zijn, d.w.z. gevoelsmatig bereikbaar voor alle groepen en lagen van de Helmondse bevolking, dan moet men dergelijke city ingrediënten kunnen tegen komen vanuit volstrekt openbaar gebied, en niets is dat zo volkomen als de openbare straat. Met het uitbouwen van de city, zal zich dus de openbare straat moeten uitbouwen en intensiever worden. Op die straat moet je kunnen lopen zonder uitsluitende culturele nadruk, vandaar de uitbreiding van de passage naar winkelpleintje. De loop van C&A, bushalte, parkeerterrein, naar de markt en terug zou het dan moeten zijn.
(…..) is behoudens C&A verder niets te kopen – attracties als het roddelterras in de zon, het jeugdcafé, praathuis, maar wellicht ook ‘winkeltjes waar je rekenen, dansen, muziek enz. kan leren – zullen hard nodig zijn. Hieruit blijkt wel hoe nodig het zal zijn om mijn programma vooral binnenste buiten te keren, vandaar ook de wellicht onmogelijke suggestie om het toneel + gordijn in het straatbeeld tegen te komen. Vele zaken uit het trefwoordenprogramma laten zich echter niet forceren of uit het verband zakken. Ook de zaal als pleintje is zomaar geen haalbare zaak.
De verdeelsleutel zal vaak wat groffer moeten zijn, maar een geheimzinnig slank Speelhuis (zonder al te veel annexen) met een gezellige uiterst knappe plattegrond, kan als vaak gesloten complexje evenveel aantrekkingskracht hebben. De beroemde oude theaters zijn vrij wel zonder uitzondering klein van omvang -vergeleken bij het moderne theater met z’n vele bij geschakelde gebruiksmogelijkheden- het eigenlijke Speelhuis gaat daarmee als aanstekelijk beeld in de stad verloren. Voorlopig heb ik er althans juist in onze situatie grote behoefte aan om diverse onderdelen in het programma ook diverse uitdrukking en aandacht te geven een eigen waarde te laten behouden (ook het koor strakjes).
“Het ontmoetingscentrum is samen met C&A zozeer vormend gedacht voor de toekomstige ontwikkeling van de city van Helmond dat het nodig is om ons goed te beraden met zijn stedenbouwkundige situatie. Karakteristiek voor het programma van eisen is een geïntegreerd centrum. Daarin wordt het ontmoetingscentrum beschreven als een bouwwerk dat uit zeer veel uiteenlopende zaken en verlappingen dient te zijn opgebouwd. Ook de keuze voor de architect bewijst dat (zie de Bastille). Het gevaar is heel groot dat daardoor een mastodont gaat ontstaan – waarbij het reeds vergrootte city gebied gevormd wordt door 3 onafhankelijke niet te verweven grote bouwwerken – het ontmoetingscentrum – C&A - n de parkeergarage. Het programma van eisen biedt op zich zelf geen waarborg tot kleine menselijke schaal.
“Uit gesprekken met diverse gemeentelijke autoriteiten is echter tevens duidelijk op te merken dat de city als geheel ontmoetingsruimte dient te zijn -en dat zal zich het meest manifesteren in de stedebouwkundige ruimte en de detaillering daar van. Helmond bezit weliswaar geen doorwrochte middeleeuwse city -maar de behoefte aan een dergelijke partituur is bijna eigen aan onze tijd (de zaterdagsmarkt is daardoor het sterkste element van de city). Zowel ‘stad en landschap’ als de architect menen dit gevaar te lijf te moeten gaan door: 1 In de city woningen te bouwen, zo vaak als maar kan, als een programmatische ‘voering’ om of over de grootschalige functies. 2 Geef het ontmoetingscentrum zoveel mogelijk aspecten (als het kan zoveel kleuren als de trefwoorden – zie verderop) laat de vele kleine vormen van ontmoeting als fragmenten zien en situeer ze zo zelfstandig mogelijk. 3 Geef de omgelegde Watermolenwal het oprechte gezicht van entree (garderobe) van de city -in samenhang met de voetgangers leverende ‘uitleveringsrand’ die juist hier onbelast- nieuw te maken – moet kunnen functioneren. 4 Verdrijf zo mogelijk de parkeergarage ten gunste van city gebied voor wonen. 5 Gelet op de belangstelling die Helmond nu geniet is het juist dat de zwakste schakel -het westelijk deel van de city- in de uitvoering wordt voor getrokken (het gat aan de markt heeft altijd een goede conditie). (ook het plan Velthuizen vond ik karakteristiek in het benadrukken van ‘begin in het westen’).
“De bijgaande tekeningen kunnen nog geen uiteindelijke situatie zijn, ze tonen een manier om synthese te brengen in de tegenstellingen, en vragen om discussie de daar vernielde hoeveelheid geschatte woningen zonder eerder duidelijk meer dan minder moeten kunnen zijn. Het wonen wordt in de tekeningen voorgesteld als het middel bij uitstek om de gewenste openheid van het ontmoetingscentrum vorm te geven, dat wordt door mij zo sterk gevoeld als een eenheid dat ik u moet verzoeken een woningenontwerp aan het ontmoetingscentrum te mogen toevoegen. In ’t algemeen streven naar zoveel mogelijk woningen gebonden aan zoveel mogelijk verschillende situaties en stadsonderwerpen. Het huidige geschatte aantal van 150 stuks is niet veel. Juist omdat het stichten van woningen in de city naar verhouding voor ’t eerst gebeurd, is het van belang dat er voldoende mensen van kunnen genieten – maar vooral voldoende – om zich samen veilig te voelen en er onderling gedrag en solidariteit kan ontstaan. Voor ’t eerst is wonen in de city een uniek gegeven dat misschien zelf steun verdient door het uniek vorm te geven (ik weet dat er weinig marge is). Ruimte om het woningen aantal nog wat op te voeren is aanwezig; vooral het gebied aan de markt zou groter moeten (naar ’t westen toe) als heel aantrekkelijke plek om te wonen. Boven het drempelgebied langs de markt en boven het ‘entree van de city’ (Watermolenwal) wordt gedacht aan een opzet die een kritisch vervolg van het Hengelose experiment is. De foto van de moskee van Cordoba wil blijven dwingen naar een ander aspect onder de woningen – en de kreet ‘puberhuizen’ wijst naar een naïever huis met een brutale benutting van de hemel en contact met de stad. Deze kritische geluiden zijn het gewone gevolg van de spanning waar mee we het project in Hengelo volgden en begeleidden. Dat ik hier een vervolg van het denkbeeld woningendak voorstel is omdat hoofdzaken als – stedelijke ruimte – daglicht – woningdichtheid – privacyzaken die toch mede de haalbaarheid bepalen – zich in Hengelo gaan bewijzen. Wonen zonder boven- of benedenburen met een daktuintje bewijst dat je zodoende weer met kleine kinderen in de stad kunt wonen. Ook de invulbaarheid door diverse stedelijke voorzieningen is daar als ontwerp stadium achter de rug en leverde steeds een surplus op voor de betreffende voorziening als voor de betrokken woningen.
“De voornaamste programmaonderdelen van het ontmoetingscentrum zijn zo gesitueerd dat de ruimte van het woningenwoud daarbij betrokken is en wordt ingevlochten door annexe onderwerpen. Bij het Speelhuis is dat vooral het scheppen van het entree van de city (na de bus of parkeerterrein) en dat entree combineren met het entree van woningen en Speelhuis (heel heftig stel ik me dat voor ter plaatsevan de bestaande fabrieksschoorsteen). Het voorgestelde beknopte theater is alleen mogelijk dank zij het onderbrengen van bijbehoren in het woningenwoud. (zowel wat betreft ruimten rond het entree als bevoorrading toneel door vrachtauto). Het centrum kan zich middels het woningenwoud verdichten als functie van de tijd zonder dat het centrum lang kinderlijk ruimtelijk onaf is. In de woning exploitatie kan het stichten van de woningenwoud een tekort op leveren – investering toekomstige invulling (kegelclub enz.) dat is altijd erg moeilijk maar ook daarin is in Hengelo ervaring opgedaan. Zo zal ook het jeugd- en jongerencentrum eigen identiteit behoeven (ook veel kabaal willen kunnen maken) de situatie is daaromtrent nog niet duidelijk. De onderdelen (eigenlijk allen) van het creativiteitscentrum hebben iets te koop – iets erg verleidelijks te leren – met in acht neming van de noodzakelijke interne rust en concentratie – kan het ook aan de weg timmeren. Wellicht is de ontmoeting van alle lagen van de bevolking gediend met verschillende deuren aan de straat voor ieders geding (dit in tegenstelling tot het instituut ontmoetingscentrum). Mits die openbare straat hier ter plaatse alleen ruimtelijk pakt – overhuift – en min of meer aansluit. Het ontmoetingscentrum zal stellig een overgang in de city bewerkstelligen van de winkelstraat sfeer – naar spelen – zitten – praten – in het zonnetje – tot het bevredigen van stilte en pracht toe. Juist om deze stemmingen bereikbaar verdraagzaam – maar vooral ook s`avonds veilig te maken – moeten hier tevens voldoende mensen wonen (=blijven) tot en met de kinderen die er ‘s avonds tot 9 uur spelen. (in de onmiddellijke omgeving zijn diverse scholen) Ik geloof dat men daar ook andere ruimtelijke middelen verwacht – vandaar de introductie van het ruimtelijk middel ‘woningenwoud’ – het atrium – de entree kuil tot diep in het plan – enz. Het afzonderlijk stichten van het winkelpleintje – en ontmoetingscentrum of atrium (als een hof waarin je rondom vier poorten bent binnen gekomen) is heel bewust ten gunste van een zekere ingetogen rust – rust om rijk te worden.”
Piet Blom