Ontmoetingscentrum ‘t Speelhuis, Helmond

Uit de monografie over Piet Blom
‘De paalwoning ontkent het bestaande en zet iets nieuws neer’

schets kubuswoningen Piet Blom in Helmond

schets kubuswoningen Piet Blom in Helmond

De bouw van het nieuwe ontmoetingscentrum moet openbaar worden aanbesteed. Het geluk is aan de kant van bouwbedrijf Adriaans; de Helmondse aannemer komt als laagste inschrijver uit de bus, ongetwijfeld vanwege de ervaring met de bouw van de proefwoningen. Blom typeert Adriaans als een ‘moedige aannemer’: ‘Zonder wie er nooit  een proefwoning was gekomen en ‘t Speelhuis nooit was gebouwd’ (20). Dat het ontmoetingscentrum nogmaals moet worden aanbesteed betitelt Blom als een ‘schandaal’. Aanvankelijk tekent Blom een stedenbouwkundig plan met 188 geschakelde kubuswoningen dat het complete  braakliggende terrein omvat. Daarmee bereikt hij een dichtheid van 143 woningen per hectare, een hogere woningdichtheid dan de kasbah met zijn 100 woningen per hectare.

Bloms plannen voor het centrum van Helmond worden alom bewonderd, maar niet iedereen is positief. Negen Helmondse architecten hebben de publiciteit gezocht en roepen dat de kubuswoningen met hun ‘dwangmatig voorgeschreven vorm van wonen’ nooit mogen worden gebouwd. Volgens de architecten heeft Blom de kubuswoningen alleen maar voor de vormgeving ontworpen en ‘had hij van te voren kunnen weten dat een dergelijk ingewikkelde constructie nooit haalbaar kan zijn voor sociale woningbouw’.

In een woedende brief aan het gemeentebestuur stellen de architecten dat de bouw van de drie proefwoningen geen herhaling verdient en ‘dat het speelhuis met de daaromheen gegroepeerde noodzakelijke activiteiten minstens kritisch op zijn bruikbaarheid en sfeer moet worden getoetst’. Eén van de architecten, H. Dille, vat de kritiek van zijn collega’s voor de verslaggever van Elseviers Weekblad fijntjes samen: ‘Dat hij de gemeente Helmond
zo gek heeft gekregen om voor een half miljoen gulden reclame te maken met een ontwerp dat noch als woning noch als recreatieruimte dienst kan doen’. Overigens is noch Elseviers Weekblad, noch de Telegraaf door Blom ooit het genoegen van een interview gegund. De kritieken worden door de gemeenteraad terzijde gelegd en de proef van de kubuswoningen wordt als geslaagd beoordeeld. Wat de gemeente betreft zal niets de plannen voor de bouw van het nieuwe ontmoetingscentrum in de weg liggen. Oud-wethouder Sjef Jonkers  herinnert zich de bewogen presentaties van Blom in de gemeenteraad nog goed: ‘Blom ging op zijn knieën voor de maquette liggen. Kijkend door de palen van de kubuswoningen, maakte hij een vergelijking met het Alhambra in de Spaanse stad Granada. Hij sleepte de raad helemaal mee met zijn betoog’ (23).

Omdat de parkeergarage onder het complex komt te vervallen, is het Helmondse gemeentebestuur genoodzaakt het aantal boomwoningen terug te brengen van 188 naar 60. Blom schikt zich in de beslissing maar is bang dat het ontmoetingscentrum straks geïsoleerd op het terrein komt te staan. Volgens hem kan het cultureel centrum alleen met een ‘woud van kubuswoningen’ een verbinding met de stad aangaan. In een brief aan de gemeente, gedateerd 12 oktober 1975, uit hij al zijn bezorgdheid over een mogelijke vermindering van het aantal woningen, maar zegt tegelijkertijd dat zelfs een gedeeltelijke uitvoering van de geplande 60 woningen nog steeds de moeite waard is: ‘Ook blijf ik u adviseren hier zoveel mogelijk mensen te laten wonen, alsook dat het Speelhuis en bestaande gegevens als markt, bibliotheek en passage elkaar door wonen dienen in te vlechten’ (24). Bij de gemeente is de angst groot dat er niet genoeg belangstellenden voor de paalwoningen te vinden zijn.

Daarmee gaat ook het plan voor 60 woningen van de baan en Bloms vlechtwerk wordt gedecimeerd tot een bosje van 18 woningwetwoningen slechts dienend als markering voor de hoofdentree van ’t Speelhuis (‘ontmoetingscentrum’ vindt Blom een veel te ambtelijk begrip en hij gebruikt steevast ‘Speelhuis’, een titel die het Helmondse theater tot op de dag van vandaag draagt). Van een samensmelting met de omliggende stad is nu geen sprake meer. ‘t Speelhuis is gedoemd tot een afgescheiden bouwwerk op een te groot plein. Blom: ‘Natuurlijk vind ik het jammer dat het dapperste moment niet is doorgezet. Dat is een zwakte van het Helmondse bestuur geweest, maar ik ben zelf ook niet hard genoeg geweest. Ik had ze moeten overtuigen dat het bomenwoud zich tot aan de Markt had moeten uitstrekken. Er  waren genoeg gegadigden voor die woningen’ (25).

‘t Speelhuis wordt samengesteld uit één grote centrale kubus (het theater), met daaromheen twaalf kleinere kubussen waarin diverse activiteiten plaatsvinden variërend van vergaderruimten en een theatercafé, tot enkele kleine muziekzalen en ruimtes voor creatieve vakken. Tussen de kubussen boven de entree komt een met glas overkapte balletzaal. In samenwerking met de Blom Bouwontwerpgroep te Enschede –waarmee Blom eerder het kasbahproject voltooide- worden de werktekeningen gemaakt. Blom maakt zelf alle ontwerp- en bestektekeningen maar laat de calculaties, constructieberekeningen en de overige werktekeningen over aan de ontwerpgroep onder leiding van ir. Herman Kieft. Kieft heeft zijn handen vol aan het project: alle onderdelen worden tot in de kleinste details uitgetekend, niets wordt op het werk bepaald. De ruwbouw, de verbinding tussen de verticale kolommen en de horizontale balkloze vloeren, vraagt om een grote dosis technisch inzicht. Om de kubussen te plaatsen is een hoge maatvastheid en een goede monteerbaarheid vereist. Inclusief de boomwoningen is ’t Speelhuis samengesteld uit 37 in elkaar geschoven kubussen, waarbij de middelste en grootste kubus de grote zaal vormt die plaats biedt aan 400 tot 700 mensen. In de pilaren die het geheel dragen bevinden zich de trappen die naar de omringende kubussen leiden. In deze kubussen vinden allerlei culturele activiteiten plaats. De theaterzaal in de grote kubus -door Blom ‘circustent’ genoemd- is voor de gemeente aanleiding om een extra subsidie aan te vragen. Ondanks dat de geldende 1- procentregeling voor kunst al tijdens eerdere gesprekken tussen de gemeente en Den Haag is gesneuveld, vraagt Blom de gemeente om nogmaals een subsidieverzoek in te dienen. CRM antwoordt kort en bondig dat het ‘nu wel welletjes is geweest’. De gemeente besluit daarop zelf 100.000 gulden aan kunst in het Speelhuis te steken. Met dit krappe budget (Bloms raming ligt 2,5 keer hoger) haalt Blom kunstschilder Har Sanders over tot het uitvoeren van een gigantische klus. Blom heeft in Museum Boymans een schilderij van een zonnescherm zien hangen en is daarvan dermate onder de indruk dat hij Sanders vraagt om dit staaltje kunstenaarschap op de betonnen wanden en houten plafondplaten van de grote zaal toe te passen.

Na een eerste kennismaking met Blom is Sanders helemaal van slag, maar het enthousiasme van de architect uit Monnickendam werkt aanstekelijk. Later beschrijft Sanders dit ‘Michelangelowerk’ in een boek: ‘Het plafond houd ik rustig, dat wordt oefenterrein, daar leer ik het vak, kalm laat ik dan de strepen zakken en dalend mogen de welvingen toenemen in hevigheid en laat ik die lijnen overgaan in uitbundige draperieën. Ik weet nog niet hoe alles op te lossen, maar al schilderend, daarbij denkend en fantaserend hoop ik te reageren op mijn omgeving’ (26).

In afwachting van de definitieve opdracht, krijgt Sanders het af en toe spaans benauwd: hij kan ’s nachts de slaap niet vatten en aan ander werk komt hij nauwelijks toe. Een schilderij van maar liefst 800 m2! (28) Hij wil alles afzeggen, de maquette van ’t Speelhuis en de begroting verbranden, om weer rust te krijgen en thuis aan het werk te gaan. Hij schrijft: ‘Piet aan de lijn. Die jongen is sterk en ruikt de onrust van verre, hij hielp mij zo uit mijn slechte bui en als een muis ben ik verder gegaan met schaar en plak’. De bijzonder tijdrovende klus in het vooruitzicht zorgt ervoor dat Sanders het meerdere keren flink te kwaad krijgt. Hij besluit een brief aan Blom te schrijven waarin hij afziet van de opdracht. Blom belt onmiddellijk terug, en opnieuw zwicht Sanders voor de overtuigingskracht van de architect: ‘Piet aan de lijn, en ben ik weer door de knieën gegaan, wat heeft die jongen toch? Het is geen dwingeland, nee hij is een kunstenaar waar ik in geloof, dat zal het zijn’.

Met hulp van twee vrienden, Jacques van de Boom en Gerard van Oersel, gaat Sanders aan het werk, er moet tenslotte bijna 800 m2 aan wand en plafond worden beschilderd. Ze besluiten een loods naast de bouw te betrekken en er wordt zowel overdag als ’s avonds gewerkt. Tachtig dagen staat Sanders met zijn compagnons bijna onafgebroken op de steigers. Het schilderen van het gestreepte doek op de wanden dwingt hem steeds opnieuw van de steigers te klimmen om afstand te kunnen nemen van zijn werk.

Als minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in het kabinet-Den Uyl geeft Hans Gruijters Helmond de status van groeistad en mag in deze functie bepalen dat het ontwerp van Bloms Speelhuis de status van ‘experimenteel bouwwerk’ krijgt. Het Speelhuis valt nu onder dezelfde regeling waar eerder de kasbah in Hengelo van profiteerde. De komst van paalwoningen naar zijn geboortestad is de trots van Hans Gruijters. Kort na de opening (op vrijdag 28 oktober 1977 wordt ’t Speelhuis door prinses Beatrix geopend) laat Gruijters –inmiddels oud-minister- zich persoonlijk door Blom rondleiden en zegt dat het theater het grootste geschenk is dat de 800-jarige Brabantse stad bij haar jubileum heeft mogen ontvangen. Gruijters is er van overtuigd dat het idee van de paalwoningen een grote sprong voorwaarts is in het denken over vernieuwingen in de Nederlandse wooncultuur. In het Helmonds Dagblad zegt hij hierover: ‘Normaal gaat het vernieuwingsproces slechts langzaam, beetje voor beetje. Maar soms worden we ’s morgens wakker en dan zijn we plotseling merkbaar gegroeid. Zoiets was aan de hand bij Bloms paalwoningen. De paalwoning ontkent het bestaande en zet iets nieuws neer. En Helmond heeft er het voordeel mee dat de mensen komen kijken’ (27).

Direct na de opening trekt ’t Speelhuis in twee dagen tijd meer dan 30.000 bezoekers. De stad verkeert in een feestroes, mede vanwege de viering van het 800-jarig bestaan. Blom is gesloopt, na vier jaar ontwerp- en bouwstrijd heeft de migraine hem weer eens te pakken. Hij spreekt zijn zorgen uit om de dag van morgen: ‘Al die tijd dat ik met dit speelhuis bezig ben geweest heb ik alle andere opdrachten van de hand gewezen. Om me volledig op dit project te kunnen richten. Nu is er niets meer. Ik moet weer nieuw werk zoeken.’ In Rotterdam is zojuist een deel van de Oudehaven bestemd voor nieuwbouw en in een kerkje in Monnickendam rinkelt een telefoon …

(20) ’t Speelhuis Helmond, publicatie Bureau Voorlichting Helmond
(21) Interview met Piet Blom door Seerp Hiddema, 22 februari 1984
(22 ) ‘Wie is er bang voor nieuwbouw?’, Hilde de Haan en Ids Haagsma, 1981
(23 ) Interview met Sjef Jonkers door de auteur, juli 2007
(24) Brief van Piet Blom aan het college van B&W Helmond, 12 oktober 1975
(25) Nieuwsblad voor Helmond, 16 januari 1985
(26) ‘800 m2 in 80 dagen’, Har Sanders, 1981
(27) Helmonds Dagblad, datum onbekend
(28) “Har Sanders 800 m2 in 80 dagen”, ’t Speelhuis Helmond, 1981,
Stichting Oog om Oog, uitgave van Uitgeverij Helmond ISBN 90.252.7345.9

Comments are closed.