uit de monografie over Piet Blom
Proef kubuswoningen, Helmond, 1972-1976
Op 29 juni 1972 wordt Piet Blom door burgemeester Geukers van Helmond uitgenodigd voor een oriënterend gesprek over een te bouwen ‘ontmoetingscentrum’. Het nieuwe centrum krijgt een prominente plaats op een dan nog braakliggend terrein in de binnenstad. Tijdens het gesprek overtuigt Blom Geukers van het belang de scheiding op te heffen tussen cultuur (het ‘bijzondere’) en wonen (het ‘gewone’), en stelt hij voor een ontwerp te maken waarin beide grootheden met elkaar vervlochten zijn. Geukers is onder de indruk van Bloms visie en voelt dat zijn stad weer een kloppend hart kan krijgen: een leefbaar en herkenbaar centrum.
Er wordt een bezoek aan de kashba in Hengelo gebracht. Toch zijn niet alle gemeenteraadsleden en ambtenaren direct overtuigd en Blom wordt genoodzaakt een alternatief te zoeken. In de openingsbrochure zegt Blom hierover: ‘Het wordt voor mij de meest veeleisende opdrachtgever die ik ooit ben tegengekomen’ (26). Om inspiratie op te doen voor het ontwerp vertoeft Blom acht weken in Helmond. Hij praat met inwoners en verkent de binnenstad en omgeving. In het nabijgelegen natuurgebied de Peel raakt hij geïnspireerd door de oude bomen met hun brede kruinen en hoge stammen. Ze doen hem denken aan het Alhambra, de grote moskee in het Spaanse Granada.
De zuilen van het Alhambra en de bomen van de Peel inspireren Blom tot een ongewoon idee: hij ontwerpt een woud van ‘boomwoningen’, op hun kant geplaatste kubussen, rond het ontmoetingscentrum. In november 1972 verbaast hij de gemeenteraad van Helmond met een ontwerp van maar liefst 188 geschakelde boomwoningen. Voor de realisering van het project vraagt de gemeente Helmond bij de overheid om subsidie uit de ‘experimentenpot’, waaruit enkele jaren eerder het kashbaproject in Hengelo is gefinancierd. Ook nu toont de overheid zich enthousiast, maar vindt dat er eerst een proefwoning gerealiseerd moet worden.
De constructie van dergelijke woningen is dermate onconventioneel dat de financiële haalbaarheid pas duidelijk is na de bouw van enkele proefwoningen. Blom: ‘Die proef moest alles in één keer bewijzen, de bouwkosten, de bewoonbaarheid, de vorm voor ’t Speelhuis (het ontmoetingscentrum, red.), de constructie, de woningkosten en de ‘gunst’ van het publieke oordeel.’ Als bouwlocatie wordt een klein terrein aangewezen naast de Traverse, een drukke verkeersader die het centrum van Helmond doormidden snijdt. Bij de aanbesteding blijkt dat ook de laagste inschrijving nog 100% boven de begroting ligt. Uiteindelijk durft de Helmondse aannemer Fons Adriaans, niet eens de laagste inschrijver, de complexe opdracht aan te nemen. Met de bouw van de drie proefwoningen -het is inmiddels zomer 1975- komen verschillende noodzakelijke aanpassingen aan het licht, maar wordt ook duidelijk dat de bouw van het ontmoetingscentrum haalbaar is.
De woningen krijgen als ‘stam’ een zeshoekige pilaar waarop een gekantelde kubus rust. Net als bij de kashba moet de begane grond onder de boomwoningen in principe onbebouwd blijven. In de pilaar (het ‘pothuis’) schetst Blom de entree, een bergruimte en een trap die naar de bovengelegen kubus leidt. De kubus bestaat uit drie verdiepingen die hij een
voorbeeldindeling geeft met elk een eigen naam. De eerste etage noemt hij het ‘straathuis’ (keuken en woonkamer), de tweede het ‘hemelhuis’ (de slaapkamers) en de derde etage de ‘loofhut’ (balkon of daktuin). De verdiepingen hebben een respectievelijke woonoppervlakte van 24, 60 en 18 m2. Tegen Seerp Hiddema zegt Blom hierover: ‘Wij wonen nu al zo lang in huizen met een gang, wc, woonkamer, keuken en boven 3 slaapkamers, dat we niet meer in de gaten hebben dat die indeling het woonplezier in de weg kan staan. Daarom zijn de kamertjes, hokjes en onbestemde vertrekjes op één hoop geveegd en voor ieder moment van de dag en voor ieder humeur, is er een apart niveau om tot jezelf te komen’ (20).
(20) ’t Speelhuis Helmond, publicatie Bureau Voorlichting Helmond