Zand

Als ik z’n riem losmaak neemt Twom een snelle spurt in de richting van het strand. Altijd een gek gezicht om z’n poten zo snel te zien bewegen, alsof ze de grond nauwelijks raken.

Twom rent vooruit. Op vertrouwde afstand.

Ik spring over de laatste richel van het duin en daal af in de richting van het strak geblazen strand. Snel en ervaren verplaatsen mijn voeten zich tussen de laatste zandheuveltjes. Mijn ogen kijken scherp over de Waddenzee. Twom rent alweer in mijn richting, z’n oren rechtop, z’n neus vol met zand. “Ja, ja ik kom al”, roep ik terug zonder woorden. Een hond verstaat je, als je maar denkt. Wel in zijn richting natuurlijk.

Even rennen we naast elkaar en even denk ik dat hij weet hoever we gaan vandaag. Natuurlijk weet hij dat niet. Het zal hem trouwens niks uitmaken, als hij maar kan rennen en met mij. Wel zo makkelijk denk ik. Ik hou altijd rekening met de afstand, de temperatuur, de windrichting, de route.

De ronde punt aan de kim verraadt het hoge duin van Vlieland. Twee zeiltjes worstelen zich door het Stortemelk in de richting van de Noordzee. Dan zie je ze, dan zijn ze ineens weer verdwenen. Langzaam draait de zuidwester naar mijn rug. Twom is druk bezig een kuil te graven, of iets op te graven. Hij is altijd met veel dingen tegelijk bezig; rennen, ruiken, plassen, graven en mij in de gaten houden. En ik, tijdens zo’n duurloopje, denkend aan van alles. Ze zeggen dat hardlopen dé manier is om je gedachten te ordenen.

Het vlakke strand verlangt geen geconcentreerde tred. Losjes loop ik langs Paal 4 met de onzichtbare Kroonpolders aan mijn rechterhand. Twom surft door het ondiepe zeewater, de kokmeeuwen en scholeksters verjagend van hun middageten. Het is altijd schokkend mooi hier. Gedachten zijn voor even verdrongen, het lopen gaat als vanzelf en Twom rent vooruit. Op vertrouwde afstand.

Comments are closed.