Ben Muysson, Ede

‘Men sjouwde maar een eind weg in die magazijnen’

In 1955 ziet grossier Frans Tromp uit Sneek een kleine advertentie staan in zijn vakblad. De situatie in zijn branche is niet rooskleurig en het adverterende bedrijf zou hem mogelijk van dienst kunnen zijn. Als hij belt met het in Zeist gevestigde ‘Bureau voor Bedrijfsorganisatie’ krijgt hij Ben Muysson aan de lijn. Onmiddellijk na dit telefoontje neemt Frans contact op met Joop Kok in Winschoten. Het gesprek met Muysson heeft Tromp dermate geïnspireerd dat ook Kok enthousiast raakt en ze besluiten nog enkele leden van hun Coöperatieve Vereniging te bellen.

Inmiddels is het 50 jaar geleden, maar Ben Muysson kan zich Frans Tromp nog goed voor de geest halen. ‘Tromp was zo’n beetje de ‘godfather’ van de groep,’ zegt Ben Muysson. ‘Hij was wat ouder dan de anderen, had een goede reputatie en veel ervaring. Ondernemers spraken regelmatig met hem over de problemen binnen de branche. Tja, in die tijd gingen samenwerkingsverbanden tussen groothandels telkens ter ziele. Door gebrek aan een concept, door gebrek aan visie. Ach, men deed eigenlijk maar wat.’

Na de persoonlijke ontmoeting die volgt op het telefoongesprek maakt Muysson de ondernemers van de Coöperatieve Vereniging zo enthousiast dat besloten wordt Muysson de opdracht te geven een onderzoek te doen en een adviesrapport op te stellen. Muysson gaat aan de slag en schrijft zijn ‘efficiencyonderzoek’ naar aanleiding van zijn bevindingen bij zes grossiers. Op 20 januari 1956 heeft hij zijn 32 pagina’s tellend rapport klaar. ‘Een van mijn belangrijkste adviezen was dat ik op een gebiedsafbakening aanstuurde om de concurrentienijd uit te bannen.’ Ook de interne organisatie van de CV en de grossiers liet volgens Muysson veel te wensen over. ‘Alle facetten van de bedrijven liepen enorm achter. Men sjouwde maar een eind weg in die magazijnen.’

Vooral door zijn visie in het rapport ten aanzien van gebiedsafbakening -naar zijn mening kan er alleen worden samengewerkt zonder onderlinge concurrentie- zetten een aantal grossiers hun hakken in het zand. Muysson moet zich flink teweer stellen maar is steeds in staat zijn visie degelijk te onderbouwen. ‘Ze vonden het nogal indrukwekkend en zeiden dat ze graag met mij in zee wilden gaan,’ zegt Ben Muysson. ‘Omdat u alles zo mooi hebt uitgedacht, wilt u dan ook maar de leiding nemen van onze club?’ Muysson ziet wel brood in de aanbieding, het geeft hem immers uitzicht op een vast inkomen. ‘Het lag mij wel om me aan één taak te wijden. Nu kon ik écht iets opbouwen.’ Op 1 maart 1956 wordt in een bovenzaaltje van Hotel Smits in Utrecht de oprichtingsvergadering gehouden. Aanwezig zijn: Frans Tromp, Arend de Jong, Gerard Diepenmaat, Sel Slotboom, Gerrit v.d. Berg en Harry van Zon. Groothandel Kok kijkt eerst de kat uit de boom en sluit zich pas anderhalf jaar later aan. De ‘Groep Muysson’ gaat verder op zoek naar gelijkgestemde grossiers.

Er wordt besloten een N.V. op te richten, een gezamenlijk basisassortiment op te zetten, een  puntensysteem met cadeaucatalogus te ontwikkelen, tweewekelijks een verkoopfolder uit te geven en … een passende naam te bedenken. ‘Je moet een goede, bij de markt passende naam hebben,’ zegt Ben Muysson. Ze nemen contact op met Toonder Studio’s in Amsterdam. Tijdens een bespreking in het kantoor aan de Reguliersdwarsstraat komt Marten Toonder plotseling binnenlopen. ‘Toonder vroeg ‘Waar zijn jullie mee bezig?’ Ik antwoordde dat we een naam proberen te verzinnen voor een club van zoetwarengrossiers. Binnen drie minuten roept Toonder: ‘Noem het dan Lekkerland-Expres!’’ Op 28 januari 1965 vertrekt Muysson bij Lekkerland. Naar zijn idee is het tempo van het doorvoeren van de vernieuwingen te laag en de invloed van het centrale kantoor te beperkt. Muysson wordt opgevolgd door T.B. Boersma die tot 1986 aanblijft als directeur van het bureau. Ben Muysson zit niet stil en nog hetzelfde jaar richt hij het Studiecentrum voor de zoetwarenindustrie op.

Comments are closed.